2 Kings 19:18 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En ze hebben de goden van die landen verbrand. Want dat waren geen goden. Dat waren dingen die door mensen waren gemaakt. Beelden van hout en steen. Daarom hebben ze die kunnen vernietigen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
en hun goden hebben zij prijsgegeven aan het vuur. Het waren immers geen goden, maar het was het werk van mensenhanden, hout en steen. Daarom hebben zij die vernield.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
en hun goden in het vuur geworpen, want het waren geen goden, maar slechts het maaksel van mensenhanden: hout en steen; daarom hebben zij die kunnen vernietigen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ze hebben ook hun goden in het vuur geworpen en vernield; want ze waren geen god, maar enkel het werk van mensenhanden, van hout en van steen.
Dutch 2007 (HTB)
en hun afgodsbeelden hebben verbrand. Maar dat waren ook helemaal geen goden; zij werden kapot gemaakt omdat het slechts voorwerpen waren, die mensen hadden gemaakt van steen en hout.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
en hun goden verbrand, want dat waren geen goden, maar menselijke maaksels van hout en steen. Daarom hebben ze die kunnen vernietigen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
en zij hebben hun goden in het vuur geworpen, want het waren geen goden. Het was alleen maar werk van mensenhanden, van hout en steen, en zij hebben ze vernietigd.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
en hun afgodsbeelden hebben verbrand. Maar dat waren ook helemaal geen goden, zij werden kapotgemaakt omdat het slechts voorwerpen waren die mensen hadden gemaakt van steen en hout.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hebben hun goden in het vuur geworpen; want zij waren geen goden, maar het werk van mensenhanden, hout en steen; daarom hebben zij die verdorven.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hebben hun goden in het vuur geworpen; want zij waren geen goden, maar het werk van mensenhanden, hout en steen; daarom hebben zij die verdorven.