2 Kings 25:22 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De koning van Babel koos Gedalja uit om toezicht te houden op de mensen die hij in Juda had achtergelaten. Gedalja was de zoon van Ahikam, die een zoon was van Safan.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar over het volk dat in het land van Juda overgebleven was, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, had laten overblijven — daarover stelde hij Gedalia aan, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Over de rest van het volk in het land van Juda, die hij had laten overblijven, stelde Nebukadnessar, de koning van Babel, Gedalja aan, de zoon van Achikam, de zoon van Safan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Over het volk, dat Nabukodonosor, de koning van Babel, in het land van Juda achterliet, stelde hij Gedaljáhoe, den zoon van Achikam, zoon van Sjafan, tot landvoogd aan.
Dutch 2007 (HTB)
Koning Nebukadnezar benoemde Gedalja, de zoon van Ahikam en kleinzoon van Safan, tot bestuurder over de mensen die in Juda achterbleven.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Over het volk dat in Juda was overgebleven en door koning Nebukadnezar van Babel daar was achtergelaten, stelde hij Gedalja aan, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Wat betreft het volk dat in het land Juda achtergebleven was, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, daar had laten blijven, daarover stelde hij Gedalja aan, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Koning Nebukadnezar benoemde Gedalja, de zoon van Ahikam en kleinzoon van Safan, tot bestuurder over de mensen die in Juda achterbleven.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar aangaande het volk, dat in het land van Juda overgebleven was, dat Nebukadnézar, de koning van Babel, had laten overblijven, daarover stelde hij Gedália, den zoon van Ahíkam, den zoon van Safan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar aangaande het volk, dat in het land van Juda overgebleven was, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, had laten overblijven, daarover stelde hij Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan.