2 Kings 4:28 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei ze: "Heb ik u soms om een zoon gevraagd? Ik had toch gezegd dat u niet tegen me moest liegen?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij zei: Heb ik een zoon van mijn heer gevraagd? Heb ik niet gezegd: Bedrieg mij niet?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide zij: Heb ik soms mijn heer om een zoon gevraagd? Heb ik niet gezegd: Gij moet mij niet misleiden?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sprak zij: Heer, heb ik u soms om een zoon gevraagd? Heb ik u niet gezegd: Misleid mij toch niet!
Dutch 2007 (HTB)
Toen zei zij: "U hebt gezegd dat ik een zoon zou krijgen. En ik heb u gesmeekt mij niets wijs te maken."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zei ze: "Heb ik u soms om een zoon gevraagd, heer? Ik had toch gezegd mij niet te bedriegen?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zei: “Heb ik een zoon van mijn heer gevraagd? Heb ik niet gezegd: ‘Bedrieg mij niet!’?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen zei zij: ‘U hebt gezegd dat ik een zoon zou krijgen. En ik heb u gesmeekt mij niets wijs te maken.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij zeide: Heb ik een zoon van mijn heer begeerd? Zeide ik niet: Bedrieg mij niet?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij zeide: Heb ik een zoon van mijn heer begeerd? Zeide ik niet: Bedrieg mij niet?