2 Kings 6:11 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De koning van Aram werd er ongerust over. Hij liet zijn mannen komen en zei: "Weten jullie wie van onze mannen ons steeds verraadt aan de koning van Israël?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen werd de koning van Syrië innerlijk verbolgen over deze zaak. Hij riep zijn dienaren en zei tegen hen: Kunt u mij niet vertellen wie van ons voor de koning van Israël is?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En het hart van de koning van Aram werd hierover verontrust; hij ontbood zijn dienaren en zeide tot hen: Kunt gij mij niet meedelen, wie van de onzen op de hand van de koning van Israël is?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
werd de koning van Aram er woedend over. Hij riep zijn bevelvoerders bijeen, en zeide hun: Kunt gij me dan niet zeggen, wie ons aan den koning van Israël verraadt?
Dutch 2007 (HTB)
De koning van Syrië stond voor een raadsel. Hij riep zijn officieren bijeen en bulderde: "Wie van jullie is de verrader? Wie heeft de koning van Israël over mijn plannen ingelicht?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Dit verontrustte de koning van Aram bijzonder. Hij ontbood zijn mannen en zei: "Kunnen jullie mij zeggen wie van onze mensen op de hand van de koning van Israël is?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
In zijn hart was de koning van Aram woedend over deze gang van zaken. Hij riep zijn dienaren en zei tegen hen: “Kunnen jullie mij niet zeggen wie onder ons op de hand van de koning van Israël is?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De koning van Syrië stond voor een raadsel. Hij riep zijn officieren bijeen en bulderde: ‘Wie van jullie is de verrader? Wie heeft de koning van Israël over mijn plannen ingelicht?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen werd het hart des konings van Syrië onstuimig over dezen handel; en hij riep zijn knechten, en zeide tot hen: Zult gij mij dan niet te kennen geven, wie van de onzen zij voor den koning van Israël?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen werd het hart des konings van Syrie onstuimig over dezen handel; en hij riep zijn knechten, en zeide tot hen: Zult gij mij dan niet te kennen geven, wie van de onzen zij voor den koning van Israel?