2 Kings 6:21 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen de koning van Israël hen zag, vroeg hij Elisa: "Zal ik hen doden? Zal ik hen doden, vader?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen hij hen zag, zei de koning van Israël tegen Elisa: Zal ik hen doden? Zal ik hen doden, mijn vader?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen vroeg de koning van Israël, zodra hij hen zag, aan Elisa: Zal ik hen neerslaan? zal ik hen neerslaan, mijn vader?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen de koning van Israël ze zag, vroeg hij Eliseus: Vader, zal ik ze neerslaan?
Dutch 2007 (HTB)
Toen de koning van Israël hen zag, schreeuwde hij Elisa toe: "Moet ik hen neerslaan, heer? Zal ik hen doden?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen de koning van Israël hen zag, vroeg hij Elisa: "Zal ik hen doden? Zal ik hen doden, vader?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen hij hen zag, zei de koning van Israël tegen Elisa: “Zal ik hen neerslaan? Zal ik hen neerslaan, mijn vader?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen de koning van Israël hen zag, schreeuwde hij Elisa toe: ‘Moet ik hen neerslaan, heer? Zal ik hen doden?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de koning van Israël zeide tot Elísa, als hij hen zag: Zal ik hen slaan? Zal ik hen slaan, mijn vader?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de koning van Israel zeide tot Elisa, als hij hen zag: Zal ik hen slaan? Zal ik hen slaan, mijn vader?