2 Kings 6:22 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar Elisa antwoordde: "U mag hen niet doden. U doodt toch ook niet de mannen die u in de strijd gevangen heeft genomen? Geef hun eten en drinken. Laat hen daarna teruggaan naar hun heer."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar hij zei: Dood hen niet! Zou u hén doden die u met uw zwaard en met uw boog gevangengenomen hebt? Zet hun brood en water voor, dan kunnen zij eten en drinken en terug gaan naar hun heer.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Maar hij antwoordde: Gij moogt hen niet neerslaan. Slaat gij soms hen neer, die gij gevangengenomen hebt met uw zwaard en boog? Zet hun brood en water voor, opdat zij eten en drinken en heengaan naar hun heer.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar hij antwoordde: Neen; die ge met zwaard en boog gevangen hebt genomen, kunt ge neerslaan. Maar dezen moet ge spijs en drank verschaffen; dan kunnen ze eten en drinken en daarna teruggaan naar hun heer.
Dutch 2007 (HTB)
"Natuurlijk niet", zei Elisa tegen hem, "u doodt toch ook geen mensen die gevangen zijn? Geef hun dus te eten en te drinken en laat hen dan weer vertrekken."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar Elisa antwoordde: "U mag hen niet doden. U doodt toch ook niet de mannen die u met zwaard en boog krijgsgevangen hebt genomen? Geef hun een maaltijd, dan kunnen ze eten en drinken en daarna naar hun heer teruggaan."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar hij zei: “Je mag hen niet neerslaan! Zou jij soms hen, die jij met je zwaard en met je boog gevangengenomen hebt, neerslaan? Zet hun brood en water voor, opdat zij eten en drinken en weer naar hun heer terug gaan.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Natuurlijk niet,’ zei Elisa tegen hem, ‘u doodt toch ook geen mensen die gevangen zijn? Geef hun dus te eten en te drinken en laat hen dan weer vertrekken.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Doch hij zeide: Gij zult hen niet slaan; zoudt gij ook slaan, die gij met uw zwaard en met uw boog gevangen hadt? Zet hun brood en water voor, dat zij eten en drinken, en tot hun heer trekken.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Doch hij zeide: Gij zult hen niet slaan; zoudt gij ook slaan, die gij met uw zwaard en met uw boog gevangen hadt? Zet hun brood en water voor, dat zij eten en drinken, en tot hun heer trekken.