2 Kings 6:28 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar wat is er aan de hand?" Ze antwoordde: "Deze vrouw heeft tegen me gezegd: 'Laten we vandaag jouw zoon opeten, dan eten we morgen míjn zoon op.'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De koning zei verder tegen haar: Wat hebt u? Ze zei: Deze vrouw heeft tegen mij gezegd: Geef uw zoon, dan eten wij hem vandaag op. Dan zullen wij morgen mijn zoon eten.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Verder vroeg de koning haar: Wat hebt gij? Zij antwoordde: Deze vrouw heeft tot mij gezegd: geef uw zoon, dat wij hem vandaag eten; dan zullen wij mijn zoon morgen eten.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
De koning vroeg verder: Wat hebt ge eigenlijk? Zij antwoordde: Deze vrouw hier heeft tot mij gezegd: "Geef uw zoon, om hem vandaag op te eten; dan eten we morgen den mijne op."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarna vroeg hij haar: "Wat is er?" Ze antwoordde: "Deze vrouw heeft tegen me gezegd: 'Geef je zoon, dan eten we hem vandaag op. Morgen eten we die van mij.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De koning zei tegen haar: “Wat is er met je?” Zij zei: “Deze vrouw heeft tegen mij gezegd: ‘Geef je zoon, opdat wij hem vandaag opeten, dan zullen wij morgen mijn zoon opeten.’ ”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Verder zeide de koning tot haar: Wat is u? En zij zeide: Deze vrouw heeft tot mij gezegd: Geef uw zoon, dat wij hem heden eten, en morgen zullen wij mijn zoon eten.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Verder zeide de koning tot haar: Wat is u? En zij zeide: Deze vrouw heeft tot mij gezegd: Geef uw zoon, dat wij hem heden eten, en morgen zullen wij mijn zoon eten.