2 Kings 6:29 — Compare Translations
8 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
We hebben dus mijn zoon gekookt en opgegeten. Maar toen ik de volgende dag tegen haar zei: 'Vandaag eten we jouw zoon,' had zij haar zoon verborgen!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen hebben wij mijn zoon gekookt en opgegeten, maar toen ik de volgende dag tegen haar zei: Geef uw zoon, dan zullen wij hém opeten, heeft zij haar zoon verborgen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Wij hebben dus mijn zoon gekookt en hem opgegeten. Maar toen ik de volgende dag tot haar zeide: Geef nu uw zoon, dat wij hem eten, had zij haar zoon verborgen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Zo hebben we dus mijn zoon gekookt en gegeten; maar toen ik haar de volgende dag zei, haar zoon te geven, om hem op te eten, had ze hem verborgen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
We hebben dus mijn zoon gekookt en opgegeten, maar toen ik de volgende dag tegen haar zei: 'Geef je zoon, vandaag eten we hém op,' had zij haar zoon verborgen!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen hebben wij mijn zoon gekookt en opgegeten. Maar toen ik de volgende dag tegen haar zei: ‘Geef nu jouw zoon, opdat wij hem opeten!’, toen heeft zij haar zoon verstopt.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zo hebben wij mijn zoon gezoden, en hebben hem gegeten; maar als ik des anderen daags tot haar zeide: Geef uw zoon, dat wij hem eten, zo heeft zij haar zoon verstoken.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zo hebben wij mijn zoon gezoden, en hebben hem gegeten; maar als ik des anderen daags tot haar zeide: Geef uw zoon, dat wij hem eten, zo heeft zij haar zoon verstoken.