2 Kings 9:11 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jehu ging weer terug naar de andere legeraanvoerders. Eén van hen vroeg: "Is alles in orde? Wat wilde die gek van je?" Hij antwoordde: "Niets bijzonders. Je weet toch wat het voor man is en wat voor onzin hij praat!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen Jehu naar buiten ging, naar de dienaren van zijn heer, zei men tegen hem: Is alles goed? Waarom is deze krankzinnige naar u toe gekomen? Hij zei tegen hen: U kent zelf de man en zijn geklaag.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarna kwam Jehu naar buiten bij de dienaren van zijn heer en een hunner zeide tot hem: Is alles wel? Waarom is deze waanzinnige tot u gekomen? En hij antwoordde hun: Gij kent immers de man en zijn gepraat.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen Jehoe bij de dienaren van zijn meester terugkwam, vroegen zij hem: Is er iets aan de hand? Wat kwam die razende doen? Hij antwoordde hun: Ge kent zulke mensen en hun manier van doen.
Dutch 2007 (HTB)
Jehu ging terug naar zijn vrienden en één van hen vroeg: "Wat wilde die rare kerel? Alles in orde?" "Je weet toch wat voor man dat was en wat voor onzin hij uitslaat", zei Jehu.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jehu ging naar buiten, naar de andere aanvoerders van zijn heer. Ze vroegen hem: "Is alles in orde? Wat wilde die gek van je?" Hij antwoordde: "Niets bijzonders. Je weet toch wat het voor man is en wat voor onzin hij praat!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jehu ging naar buiten naar de dienaren van zijn heer. Men zei tegen hem: “Hoe staat het? Waarom is deze dwaas bij je gekomen?” Hij zei tegen hen: “Jullie kennen de man en zijn gezwets toch!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jehu ging terug naar de andere officieren en een van hen vroeg: ‘Wat wilde die rare kerel? Alles in orde?’ ‘Je weet toch wat voor man dat was en wat voor onzin hij uitslaat,’ zei Jehu.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En als Jehu uitging tot de knechten zijns heren, zeide men tot hem: Is het al wel? Waarom is deze onzinnige tot u gekomen? En hij zeide tot hen: Gij kent den man en zijn spraak.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En als Jehu uitging tot de knechten zijns heren, zeide men tot hem: Is het al wel? Waarom is deze onzinnige tot u gekomen? En hij zeide tot hen: Gij kent den man en zijn spraak.