2 Kings 9:21 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei koning Joram: "Span de paarden voor de wagen." Zo reed hij Jehu tegemoet. Ook koning Ahazia van Juda ging op zijn eigen wagen Jehu tegemoet. Ze bereikten hem bij de akker van Nabot uit Jizreël.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Joram: Inspannen! En men spande zijn strijdwagen in. Zo trok Joram, de koning van Israël, de stad uit, samen met Ahazia, de koning van Juda, ieder op zijn wagen. Zij trokken de stad uit, Jehu tegemoet, en ontmoetten hem op het stuk land van Naboth uit Jizreël.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide Joram: Span in. En men spande zijn wagen in. En Joram, de koning van Israël, trok uit met Achazja, de koning van Juda, ieder op zijn wagen – zij trokken uit, Jehu tegemoet en troffen hem aan op de akker van de Jizreëliet Nabot.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu beval Joram: Span in! En toen de paarden waren ingespannen, reden koning Joram van Israël en koning Achazja van Juda, elk op zijn eigen wagen, de stad uit, Jehoe tegemoet; en juist bij de akker van Nabot uit Jizreël ontmoetten ze hem.
Dutch 2007 (HTB)
"Snel, maak mijn wagen klaar!" commandeerde koning Joram. Samen met koning Ahazia van Juda reed hij Jehu tegemoet. De twee partijen ontmoetten elkaar op het veld van Naboth
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zei Joram: "Span de paarden voor de wagens." De paarden werden voor de wagens gespannen en koning Joram van Israël en koning Ahazia van Juda reden ieder op hun eigen wagen Jehu tegemoet. Ze bereikten hem bij de akker van Nabot uit Jizreël.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Daarop zei Joram: “Span de wagen in!” Men spande zijn wagen in en Joram, de koning van Israël, trok uit met Ahazia, de koning van Juda, ieder op zijn eigen wagen. Zij trokken Jehu tegemoet en troffen hem aan op de akker van Naboth, de Jizreëliet.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Snel, maak mijn wagen klaar!’ beval koning Joram. Samen met koning Ahazia van Juda reed hij Jehu tegemoet. De twee partijen ontmoetten elkaar op het veld van Naboth
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide Joram: Span aan. En men spande zijn wagen aan. Zo toog Joram, de koning van Israël, uit, en Aházia, de koning van Juda, een ieder op zijn wagen; en zij togen uit Jehu tegemoet, en vonden hem op het stuk lands van Naboth, den Jizreëliet.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide Joram: Span aan. En men spande zijn wagen aan. Zo toog Joram, de koning van Israel, uit, en Ahazia, de koning van Juda, een ieder op zijn wagen; en zij togen uit Jehu tegemoet, en vonden hem op het stuk lands van Naboth, den Jizreeliet.