2 Samuel 11:10 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
David kreeg te horen: "Uria is niet naar huis gegaan." David ging naar Uria en zei tegen hem: "Je hebt toch een lange reis achter de rug? Waarom ga je dan niet naar huis?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Men vertelde David: Uria is niet naar zijn huis gegaan. Toen zei David tegen Uria: Bent u niet terug gekomen van een reis? Waarom bent u niet naar huis gegaan?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Men deelde David mee: Uria is niet naar zijn huis gegaan. Toen zeide David tot Uria: Zijt gij niet van de reis gekomen? Waarom zijt gij niet naar uw huis gegaan?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen men David vertelde, dat Oeri-ja niet naar huis was gegaan, zeide David tot hem: Ge komt toch van een reis terug; waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan?
Dutch 2007 (HTB)
David hoorde dat, riep hem opnieuw bij zich en vroeg: "Bent u soms niet moe van de reis? Waarom bent u vannacht dan niet naar huis gegaan?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Men liet David weten: "Uria is niet naar huis gegaan." David zei tegen Uria: "Je hebt toch een lange reis achter de rug? Waarom ben je niet naar huis gegaan?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij deelden David mee en zeiden: “Uria is niet naar zijn huis afgedaald.” Toen zei David tegen Uria: “Ben je niet net van een reis teruggekomen? Waarom ben je niet naar je huis afgedaald?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
David hoorde dat, riep hem opnieuw bij zich en vroeg: ‘Bent u soms niet moe van de reis? Waarom bent u vannacht dan niet naar huis gegaan?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij gaven het David te kennen, zeggende: Uría is niet afgegaan in zijn huis. Toen zeide David tot Uría: Komt gij niet van de reis? Waarom zijt gij niet afgegaan in uw huis?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij gaven het David te kennen, zeggende: Uria is niet afgegaan in zijn huis. Toen zeide David tot Uria: Komt gij niet van de reis? Waarom zijt gij niet afgegaan in uw huis?