2 Samuel 12:19 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
David zag dat zijn dienaren met elkaar liepen te fluisteren. Daardoor begreep hij dat het kind was gestorven. Hij vroeg aan zijn dienaren: "Is het kind gestorven?" Ze zeiden: "Ja, heer."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar David zag dat zijn dienaren mompelden; daardoor merkte David dat het kind dood was. Dus zei David tegen zijn dienaren: Is het kind dood? Zij zeiden daarop: Ja, het is dood.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen David zag, dat zijn dienaren onder elkaar fluisterden, begreep hij, dat het kind dood was. En David vroeg zijn dienaren: Is het kind dood? Zij zeiden: Het is dood.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar toen David zijn dienaren geheimzinnig zag fluisteren, begreep hij, dat het kind dood was. En daarom vroeg hij zijn dienaren: Is het kind gestorven? En zij antwoordden: Ja.
Dutch 2007 (HTB)
Maar toen David hen zag fluisteren, begreep hij wat er was gebeurd. "Is het kind dood?" vroeg hij. "Ja", antwoordden zij, "het is gestorven."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar David zag zijn dienaren met elkaar fluisteren en begreep dat het kind gestorven was. Hij vroeg hun: "Is het kind gestorven?" Ze zeiden: "Ja, het is gestorven."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
David zag dat zijn dienaren met elkaar fluisterden en David besefte dat het kind gestorven was. David zei tegen zijn dienaren: “Is het kind gestorven?” Zij zeiden: “Het is gestorven!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar toen David hen zag fluisteren, begreep hij wat er was gebeurd. ‘Is het kind dood?’ vroeg hij. ‘Ja,’ antwoordden zij, ‘het is gestorven.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar David zag, dat zijn knechten mompelden; zo merkte David, dat het kind dood was. Dies zeide David tot zijn knechten: Is het kind dood? En zij zeiden: Het is dood.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar David zag, dat zijn knechten mompelden; zo merkte David, dat het kind dood was. Dies zeide David tot zijn knechten: Is het kind dood? En zij zeiden: Het is dood.