2 Samuel 13:4 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei tegen Amnon: "Waarom, beste koningszoon, zie je er elke morgen zo bezorgd uit? Wat is er toch?" Amnon antwoordde: "Ik ben verliefd op Tamar, de zus van mijn broer Absalom."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Die zei tegen hem: Waarom ben je er morgen na morgen zo ellendig aan toe, zoon van de koning? Zou je het mij niet vertellen? Toen zei Amnon tegen hem: Ik heb Tamar, de zuster van mijn broer Absalom, lief.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Deze zeide tot hem: Waarom, o koningszoon, ziet gij er elke morgen zo bedrukt uit? Zoudt gij het mij niet meedelen? En Amnon zeide tot hem: Ik heb Tamar, de zuster van mijn broeder Absalom lief.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij vroeg hem: Prins, waarom ziet gij er met de dag ellendiger uit? Wilt ge het me niet vertellen? Amnon bekende hem: Ik ben verliefd op Tamar, de zuster van mijn broer Absalom.
Dutch 2007 (HTB)
Op een dag zei Jonadab tegen Amnon: "Wat is er toch aan de hand? Een zoon van de koning hoeft er toch niet elke morgen zo bedrukt uit te zien? Vertel op!" Amnon bekende hem: "Ik ben verliefd op mijn halfzuster Tamar."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij zei tegen Amnon: "Waarom, beste koningszoon, zie je er al dagenlang zo slecht uit? Wil je me niet laten weten wat er is?" Amnon antwoordde: "Ik ben verliefd op Tamar, de zus van mijn broer Absalom."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij zei tegen hem: “Waarom ben je iedere morgen zo somber, jij, de zoon van de koning? Wil je het mij niet vertellen?” Toen zei Amnon tegen hem: “Ik ben verliefd op Tamar, de zus van mijn broer Absalom.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Op een dag zei Jonadab tegen Amnon: ‘Wat is er toch aan de hand? Een zoon van de koning hoeft er toch niet elke morgen zo bedrukt uit te zien? Vertel op!’ Amnon bekende hem: ‘Ik ben verliefd op mijn halfzuster Tamar.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Die zeide tot hem: Waarom zijt gij van morgen tot morgen zo mager, gij koningszoon, zult gij het mij niet te kennen geven? Toen zeide Amnon tot hem: Ik heb Thamar, de zuster van mijn broeder Absalom, lief.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Die zeide tot hem: Waarom zijt gij van morgen tot morgen zo mager, gij koningszoon, zult gij het mij niet te kennen geven? Toen zeide Amnon tot hem: Ik heb Thamar, de zuster van mijn broeder Absalom, lief.