2 Samuel 15:2 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Elke ochtend ging Absalom al vroeg bij de stadspoort langs de weg staan. Daar praatte hij met alle mensen die naar de stad kwamen omdat ze wilden dat de koning over hen zou rechtspreken. Dan vroeg Absalom: "Uit welke stad kom je?" Zo iemand antwoordde dan: "Uit die en die stad van die en die stam."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ook stond Absalom 's morgens vroeg op en ging aan de kant van de weg naar de poort staan. Het gebeurde dan dat Absalom elke man die een geschil had om mee naar de koning te gaan voor recht, bij zich riep en zei: Uit welke stad komt u? Als die dan zei: Uw dienaar komt uit een van de stammen van Israël,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Geregeld ging Absalom des morgens vroeg aan de kant van de weg naar de poort staan. Dan riep Absalom ieder toe, die een rechtsgeding had en tot de koning wilde gaan om recht, en vroeg: Uit welke stad zijt gij? Als hij dan antwoordde: Uw knecht komt uit deze of die stam van Israël,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En iedere morgen stond Absalom vroeg aan de kant van de weg naar de poort en sprak iedereen aan, die een klacht had en naar den koning om recht ging. Hij vroeg hen, uit welke plaats ze kwamen, en als ze antwoordden: "Uit die en die stam van Israël komt uw dienaar",
Dutch 2007 (HTB)
Elke morgen stond hij vroeg op en ging naar de stadspoort. Als dan iemand kwam om een probleem aan de koning voor te leggen, riep Absalom hem bij zich en vroeg hem onder andere waar hij vandaan kwam.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Elke ochtend ging Absalom langs de weg naar de stadspoort staan. Daar sprak hij alle mensen aan die naar de stad kwamen om de koning te laten rechtspreken over hun geschillen. Dan vroeg Absalom: "Uit welke stad kom je?" Als iemand dan antwoordde dat hij uit een van de stammen van Israël kwam,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ook stond Absalom ’s ochtends vroeg op en ging dan aan de kant van de weg naar de poort staan. Absalom riep iedere man bij zich die een onenigheid had, waarmee hij naar de koning wilde gaan voor een uitspraak, en hij zei: “Uit welke stad ben je?” Als hij dan zei: “Uw dienaar is uit één van de stammen van Israël”,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Elke morgen stond hij vroeg op en ging naar de stadspoort. Als dan iemand kwam om een probleem aan de koning voor te leggen, riep Absalom hem bij zich en vroeg hem onder andere waar hij vandaan kwam.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Ook maakte zich Absalom des morgens vroeg op, en stond aan de zijde van den weg der poort. En het geschiedde, dat Absalom allen man, die een geschil had, om tot den koning ten gerichte te komen, tot zich riep, en zeide: Uit welke stad zijt gij? Als hij dan zeide: Uw knecht is uit een der stammen Israëls;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Ook maakte zich Absalom des morgens vroeg op, en stond aan de zijde van den weg der poort. En het geschiedde, dat Absalom allen man, die een geschil had, om tot den koning ten gerichte te komen, tot zich riep, en zeide: Uit welke stad zijt gij? Als hij dan zeide: Uw knecht is uit een der stammen Israels;