2 Samuel 15:27 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei de koning tegen de priester Zadok: "Jij bent toch profeet? Ga gerust terug naar de stad, met je zoon Ahimaäz, en Jonatan, de zoon van Abjatar.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Verder zei de koning tegen de priester Zadok: Bent u niet een ziener? Keer in vrede terug naar de stad, en de zonen van u beiden met u: uw zoon Ahimaäz en Jonathan, de zoon van Abjathar.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ook zeide de koning tot de priester Sadok: Gij zijt immers een ziener? Keer in vrede naar de stad terug, met uw zoon Achimaäs, en Jonatan, de zoon van Abjatar, uw beider zonen, met u.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En de koning vervolgde tot Sadok, den priester, en Ebjatar: Keert rustig naar de stad terug, en neemt uw beide kinderen mee, Achimáas, uw zoon, en Jehonatan, den zoon van Ebjatar.
Dutch 2007 (HTB)
Daarna zei de koning tegen Zadok: "U vervult de rol van profeet. Ga stilletjes terug naar de stad met uw zoon Ahimaäz en Abjathars zoon Jonathan.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarna zei de koning tegen de priester Zadok: "Jij bent toch een ziener? Ga gerust terug naar de stad, met je zoon Ahimaäz en met Jonatan, de zoon van Abjatar.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ook zei de koning tegen de priester Zadok: “Ben jij niet een ziener? Keer in vrede naar de stad terug en met jullie ook jullie beide zonen: jouw zoon Achimaäz, en Jonathan, de zoon van Abjatar.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarna zei de koning tegen Zadok: ‘U vervult de rol van profeet. Ga stilletjes terug naar de stad met uw zoon Ahimaäz en Abjathars zoon Jonathan.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Voorts zeide de koning tot den priester Zadok: Zijt gij niet een ziener? Keer weder in de stad met vrede; ook ulieder beide zonen, Ahimáäz, uw zoon, en Jónathan, Abjathars zoon, met u.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Voorts zeide de koning tot den priester Zadok: Zijt gij niet een ziener? Keer weder in de stad met vrede; ook ulieder beide zonen, Ahimaaz, uw zoon, en Jonathan, Abjathars zoon, met u.