2 Samuel 15:34 — Compare Translations
8 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar als je teruggaat naar de stad, kun je me helpen. Ga naar Absalom. Zeg tegen hem: 'Ik ben uw dienaar, mijn heer de koning. Vroeger diende ik uw vader, maar nu zal ik ú dienen.' Dan kun jij ervoor zorgen dat Absalom niet zal luisteren naar de raad die Achitofel hem zal geven.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
maar als u naar de stad teruggaat en tegen Absalom zegt: Ik zal uw dienaar zijn, o koning; vroeger ben ik wel dienaar van uw vader geweest, maar nu zal ik uw dienaar zijn — dan kunt u de raad van Achitofel voor mij verijdelen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
maar indien gij naar de stad terugkeert en tot Absalom zegt: Ik ben uw dienaar, o koning, voorheen was ik de dienaar van uw vader, maar nu ben ik uw dienaar, – dan kunt gij mij de raad van Achitofel teniet doen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
maar als ge naar de stad terugkeert en tot Absalom zegt: "Koning, ik wil uw dienaar zijn; vroeger was ik de dienaar van uw vader, nu wil ik uw dienaar zijn, dan zult ge de raad van Achitófel in mijn voordeel kunnen verijdelen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar als je teruggaat naar de stad en tegen Absalom zegt: 'Ik sta tot uw dienst, mijn heer de koning. Vroeger diende ik uw vader wel, maar nu zal ik ú dienen', dan kun je voor mij de plannen van Achitofel verijdelen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar als je naar de stad teruggaat en tegen Absalom zegt: ‘Ik zal uw dienaar zijn, o koning! Vroeger was ik de dienaar van uw vader, maar nu zal ik uw dienaar zijn!’, dan kun je voor mij de raad van Achitofel verijdelen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar zo gij weder in de stad gaat, en tot Absalom zegt: Uw knecht, ik zal des konings zijn; ik ben wel uws vaders knecht van te voren geweest, maar nu zal ik uw knecht zijn; zo zoudt gij mij den raad van Achitófel te niet maken.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar zo gij weder in de stad gaat, en tot Absalom zegt: Uw knecht, ik zal des konings zijn; ik ben wel uws vaders knecht van te voren geweest, maar nu zal ik uw knecht zijn; zo zoudt gij mij den raad van Achitofel te niet maken.