2 Samuel 18:5 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En de koning zei tegen Joab, Abisaï en Itai: "Wees niet hard voor de jongen, voor Absalom." Iedereen hoorde het.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En de koning gaf bevel aan Joab, Abisaï en Ithai: Behandel de jongen, Absalom, met zachtheid ter wille van mij. En heel het volk hoorde het toen de koning aan al de bevelhebbers bevel gaf ten aanzien van Absalom.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de koning beval Joab, Abisai en Ittai: Behandelt de jongeling, Absalom, met zachtheid. En al het volk hoorde, wat de koning ten aanzien van Absalom aan alle oversten beval.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
gaf de koning aan Joab, Abisjai en Ittai bevel: Behandel den jongen Absalom genadig! En heel het volk hoorde, hoe de koning aan alle oversten zijn bevelen over Absalom gaf.
Dutch 2007 (HTB)
En de koning bond Joab, Abisaï en Ittai op het hart: "Behandel de jonge Absalom niet te ruw terwille van mij." Alle soldaten hoorden hoe hij dit tegen hen zei.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En de koning beval Joab, Abisaï en Itai: "Wees omwille van mij mild voor de jongen, voor Absalom." Iedereen hoorde wat hij de aanvoerders met betrekking tot Absalom opdroeg.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De koning gebood Joab, Abisai en Ithai en zei: “ Doe voorzichtig met de jongeman, met Absalom, ter wille van mij.” Heel het volk hoorde de koning bevelen geven aan alle oversten inzake Absalom.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En de koning bond Joab, Abisaï en Ittai op het hart: ‘Behandel de jonge Absalom niet te ruw ter wille van mij.’ Alle soldaten hoorden hoe hij dit tegen hen zei.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de koning gebood Joab, en Abísai, en Ithai, zeggende: Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom. En al het volk hoorde het, als de koning aan al de oversten van Absaloms zaak gebood.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de koning gebood Joab, en Abisai, en Ithai, zeggende: Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom. En al het volk hoorde het, als de koning aan al de oversten van Absaloms zaak gebood.