2 Samuel 19:13 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Tegen Amasa moesten ze zeggen: 'Jij bent toch familie van David? David zweert bij God dat jij later Joab mag opvolgen als legeraanvoerder.'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En tegen Amasa moet u zeggen: Bent u niet mijn beenderen en mijn vlees? God mag zó en nog veel erger met mij doen, als u niet alle dagen voor mij legerbevelhebber zult zijn in plaats van Joab.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En tot Amasa moet gij zeggen: Zijt gij niet mijn eigen vlees en bloed? Zo moge God mij doen, ja, nog erger, indien gij niet voor altijd bij mij krijgsoverste zult zijn in plaats van Joab.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En tot Amasa moet gij zeggen: Ook gij zijt mijn vlees en bloed. God moge zo met mij doen en nog erger: gij zult voortaan als legeroverste in mijn dienst staan, in plaats van Joab.
Dutch 2007 (HTB)
En hij droeg hun op tegen Amasa te zeggen: "Aangezien u mijn neef bent, mag God mij doden als ik u niet benoem tot opperbevelhebber van mijn leger in plaats van Joab."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En zeg tegen Amasa: 'Jij bent toch mijn eigen vlees en bloed? Ik zweer bij God dat jij voortaan in Joabs plaats opperbevelhebber van het leger zult zijn.' "
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
‘Jullie zijn mijn broeders, jullie zijn mijn gebeente en mijn vlees. Waarom zouden jullie dan de laatsten zijn om de koning terug te brengen?’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En hij droeg hun op tegen Amasa te zeggen: ‘Aangezien u mijn neef bent, mag God mij doden als ik u niet benoem tot opperbevelhebber van mijn leger in plaats van Joab.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En tot Amása zult gijlieden zeggen: Zijt gij niet mijn been en mijn vlees? God doe mij zo, en doe er zo toe, zo gij niet krijgsoverste zult zijn voor mijn aangezicht, te allen dage, in Joabs plaats.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En tot Amasa zult gijlieden zeggen: Zijt gij niet mijn been en mijn vlees? God doe mij zo, en doe er zo toe, zo gij niet krijgsoverste zult zijn voor mijn aangezicht, te allen dage, in Joabs plaats.