2 Samuel 20:3 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
David kwam in zijn paleis in Jeruzalem. Daar bracht hij de tien bijvrouwen die hij had achtergelaten om op het paleis te passen, naar een apart deel van het paleis. Daar sloot hij hen op. Hij zorgde wel voor hen, maar ging niet meer met hen naar bed. Ze leefden tot hun dood alsof ze al weduwen waren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen David in zijn huis in Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, de bijvrouwen die hij daar achtergelaten had om zorg te dragen voor het huis. Hij plaatste hen in een bewaakt huis en onderhield hen, maar kwam niet meer bij hen. Zo waren zij, levend als weduwen, opgesloten tot de dag van hun dood.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen David in zijn paleis te Jeruzalem was gekomen, nam de koning de tien vrouwen, de bijvrouwen die hij achtergelaten had om toezicht te houden op het paleis, en stelde ze onder bewaking. Hij voorzag in haar onderhoud, maar kwam niet tot haar. Zij bleven als in weduwschap afgezonderd tot de dag van haar dood toe.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen David in zijn paleis te Jerusalem was teruggekeerd, liet de koning de tien bijvrouwen, die hij achtergelaten had, om het paleis te bewaken, in een huis van bewaring zetten; hij onderhield ze wel, maar had geen gemeenschap met haar, zodat ze tot haar dood als onbestorven weduwen bleven opgesloten.
Dutch 2007 (HTB)
Toen zij bij zijn paleis in Jeruzalem aankwamen, beval David dat de tien vrouwen die hij had achtergelaten om voor het huishouden te zorgen, moesten worden opgesloten. Er moest goed voor hen worden gezorgd, zei hij, maar hij zou niet meer met hen slapen als met zijn vrouwen. Zo bleven deze vrouwen tot hun dood weduwen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen David in zijn paleis in Jeruzalem kwam, liet David de tien bijvrouwen die hij had achtergelaten om op het paleis toezicht te houden, wegbrengen om afgezonderd te wonen en plaatste hen daar onder bewaking. Hij voorzag wel in hun onderhoud, maar sliep niet meer met hen. Tot aan hun dood waren ze daar opgesloten en leefden ze als weduwen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen David in zijn huis in Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, zijn bijvrouwen die hij had achtergelaten om voor het huis te zorgen, en bracht hen in een bewaakt huis en zorgde voor hun levensonderhoud, maar hij kwam niet bij hen binnen. Zij zaten opgesloten tot op de dag van hun dood, als weduwen, levenslang.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen zij bij zijn paleis in Jeruzalem aankwamen, beval David dat de tien vrouwen die hij had achtergelaten om voor het huishouden te zorgen, moesten worden opgesloten. Er moest goed voor hen worden gezorgd, zei hij, maar hij zou niet meer met hen slapen als met zijn vrouwen. Zo bleven deze vrouwen tot hun dood weduwen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen nu David in zijn huis te Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, zijn bijwijven, die hij gelaten had, om het huis te bewaren, en deed ze in een huis van bewaring, en onderhield ze, maar ging tot haar niet in. En zij waren opgesloten tot op den dag van haarlieder dood, levende als weduwen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen nu David in zijn huis te Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, zijn bijwijven, die hij gelaten had, om het huis te bewaren, en deed ze in een huis van bewaring, en onderhield ze, maar ging tot haar niet in. En zij waren opgesloten tot op den dag van haarlieder dood, levende als weduwen.