2 Samuel 21:14 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze werden samen met de botten van Saul en Jonatan begraven in het gebied van de stam van Benjamin, in Zela, in het graf van Sauls vader Kis. Alles werd precies gedaan zoals de koning het had bevolen. Hierna was God weer goed voor het land.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij begroeven de beenderen van Saul en van zijn zoon Jonathan in het land van Benjamin in Zela, in het graf van zijn vader Kis, en deden alles wat de koning geboden had. En daarna liet God Zich verbidden ten gunste van het land.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
en begroef de beenderen van Saul en van zijn zoon Jonatan in het land van Benjamin, in Sela, in het graf van zijn vader Kis. Men deed alles wat de koning had geboden, en hierna ontfermde God Zich over het land.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
en begroef het met het gebeente van Saul en zijn zoon Jonatan te Sela, in het land van Benjamin, in het graf van zijn vader Kisj. Nadat men alles volgens voorschrift van den koning had volbracht, erbarmde Jahweh Zich over het land.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Men begroef de beenderen van Saul en zijn zoon Jonatan in het gebied van de stam Benjamin, in Zela, in het graf van Sauls vader Kis. Men deed alles wat de koning geboden had. Daarna verhoorde God de gebeden van het land.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij begroeven de beenderen van Saul en van zijn zoon Jonathan in het land van Benjamin in Zela, in het graf van zijn vader Kis, en zij deden alles wat de koning geboden had. Hierna liet GOD zich door hun vurig gebed gunstig stemmen ten aanzien van het land.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij begroeven de beenderen van Saul en zijn zoon Jónathan in het land van Benjamin te Zela, in het graf van zijn vader Kis, en deden alles, wat de koning geboden had. Alzo werd God na dezen den lande verbeden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij begroeven de beenderen van Saul en zijn zoon Jonathan in het land van Benjamin te Zela, in het graf van zijn vader Kis, en deden alles, wat de koning geboden had. Alzo werd God na dezen den lande verbeden.