2 Samuel 21:2 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen liet de koning een aantal Gibeonieten komen. (De Gibeonieten zijn geen Israëlieten, maar Amorieten. De Israëlieten hadden hun gezworen hen niet te doden. Toch had Saul hen willen doden, omdat hij zo zijn best deed om een goede koning te zijn voor de Israëlieten en de Judeeërs.)
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen riep de koning de Gibeonieten en zei tegen hen — nu behoorden de Gibeonieten niet tot de Israëlieten, maar tot het overblijfsel van de Amorieten; en hoewel de Israëlieten hun een eed hadden gezworen, had Saul in zijn ijver voor de Israëlieten en Judeeërs toch geprobeerd hen te doden —
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen riep de koning de Gibeonieten en zeide tot hen – de Gibeonieten nu behoorden niet tot de Israëlieten, maar tot de rest der Amorieten en ofschoon de Israëlieten hun een eed hadden gedaan, had Saul in zijn ijveren voor de Israëlieten en voor de Judeeërs getracht hen om te brengen –
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen ontbood de koning de Gibonieten en onderhield zich met hen. Deze Gibonieten waren geen Israëlieten, maar een overblijfsel van de Amorieten; de Israëlieten hadden zich onder ede met hen verbonden, maar in zijn ijver voor Israël en Juda had Saul getracht, ze uit te roeien.
Dutch 2007 (HTB)
David liet de Gibeonieten bij zich komen. Zij hoorden niet bij het volk Israël, maar waren nakomelingen van de Amorieten. Israël had gezworen hen niet te doden, maar Saul (met zijn uitgesproken nationalistische gevoelens) had getracht hen uit te roeien.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De koning ontbood de Gibeonieten – de Gibeonieten behoren niet tot de Israëlieten, maar zijn overgebleven Amorieten. De Israëlieten hadden hun een eed gezworen, maar toch had Saul hen willen uitroeien in zijn ijver voor de Israëlieten en de Judeeërs –
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen riep de koning de Gibeonieten en hij sprak met hen. De Gibeonieten behoorden niet tot de zonen van Israël, maar tot het overblijfsel van de Amorieten en de zonen van Israël hadden hun een eed gezworen, maar Saul was er in zijn ijver voor de zonen van Israël en Juda op uit geweest hen te doden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
David liet de Gibeonieten bij zich komen. Zij hoorden niet bij het volk Israël, maar waren nakomelingen van de Amorieten. Israël had gezworen hen niet te doden, maar Saul had in zijn ijver voor het volk van Israël en Juda getracht hen uit te roeien.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen riep de koning de Gibeonieten, en zeide tot hen: (De Gibeonieten nu waren niet van de kinderen Israëls, maar van het overblijfsel der Amorieten; en de kinderen Israëls hadden hun gezworen, maar Saul zocht hen te slaan in zijn ijver voor de kinderen van Israël en Juda.)
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen riep de koning de Gibeonieten, en zeide tot hen: (De Gibeonieten nu waren niet van de kinderen Israels, maar van het overblijfsel der Amorieten; en de kinderen Israels hadden hun gezworen, maar Saul zocht hen te slaan in zijn ijver voor de kinderen van Israel en Juda.)