2 Samuel 3:13 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
David antwoordde: "Goed, ik zal een verbond met je sluiten. Maar je mag alleen bij me komen als je [mijn vrouw] Michal, de dochter van Saul, meebrengt."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En hij zei: Goed, ik zal een verbond met u sluiten. Eén ding vraag ik echter van u: u zult mij niet onder ogen komen, tenzij dat u eerst Michal brengt, de dochter van Saul, als u mij onder ogen wilt komen!
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En hij zeide: Goed, ik zal een verbond met u sluiten, maar één ding eis ik van u: dat gij mij niet bezoekt, zonder eerst, wanneer gij mij komt bezoeken, Mikal, de dochter van Saul, te brengen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij antwoordde: Goed, ik zal een verbond met u sluiten, maar op één voorwaarde: Ge behoeft niet voor mij te verschijnen, of ge moet Mikal, de dochter van Saul, meebrengen, wanneer ge bij mij uw opwachting maakt.
Dutch 2007 (HTB)
"Goed", zei David, "maar er komt geen overeenkomst voordat u mijn vrouw Michal hebt teruggebracht."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
David antwoordde: "Goed, ik zal een verbond met je sluiten, maar ik ontvang je alleen als je Michal, de dochter van Saul, meebrengt wanneer je bij me komt."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
En hij liet zeggen: “Goed, ik zal een verbond met je sluiten, maar één ding vraag ik van je. Ik zeg je: ‘Je zult mijn gezicht niet zien, tenzij je eerst Michal, de dochter van Saul, hier brengt wanneer je komt om mij te zien.’ ”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Goed,’ zei David, ‘maar er komt geen overeenkomst voordat u mijn vrouw Michal hebt teruggebracht.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij zeide: Wel, ik zal een verbond met u maken; doch een ding begeer ik van u, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat gij Michal, Sauls dochter, te voren inbrengt, als gij komt om mijn aangezicht te zien.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij zeide: Wel, ik zal een verbond met u maken; doch een ding begeer ik van u, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat gij Michal, Sauls dochter, te voren inbrengt, als gij komt om mijn aangezicht te zien.