Acts 23:6 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En omdat Paulus wist dat een deel van de mensen bij de Sadduceeërs hoorde en een ander deel bij de Farizeeërs, riep hij tegen de Vergadering: "Broeders, ik ben een Farizeeër en de zoon van een Farizeeër. Ik sta hier vandaag omdat ik geloof dat de mensen uit de dood zullen opstaan!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Paulus, die wist dat het ene deel bestond uit Sadduceeën en het andere uit Farizeeën, riep in de Raad: Mannenbroeders, ik ben een Farizeeër en zoon van een Farizeeër. Ik word geoordeeld over de hoop en de opstanding van de doden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Daar Paulus wist, dat de Hoge Raad voor een deel uit sadduceën en voor een ander deel uit farizeën bestond, riep hij uit: Mannen broeders, ik ben een farizeër en een zoon van farizeën; om de hoop op de verrijzenis der doden sta ik terecht.
Dutch 2007 (HTB)
Paulus wist dat de Raad voor de helft uit Sadduceeërs en voor de helft uit Farizeeërs bestond. Hij riep: "Mannen broeders! Ik ben een Farizeeër en kom uit een familie van Farizeeërs! Ik sta hier vandaag terecht omdat ik verwacht dat de doden weer levend zullen worden!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En omdat hij wist dat een deel van hen tot de Sadduceeërs behoorde en een ander deel tot de Farizeeërs, riep Paulus tegen de Raad: "Broeders, ik ben een Farizeeër en de zoon van een Farizeeër. Ik word hier vandaag berecht vanwege mijn verwachting dat de doden zullen opstaan!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Omdat Paulus wist dat sommigen van het volk Sadduceeën waren en sommigen Farizeeën, riep hij in de Raad uit: “Mannenbroeders, ik ben een Farizeeër, de zoon van een Farizeeër, en ik word om de hoop op de opstanding van de doden terechtgesteld.”
Dutch Frisian
Oba aus Paulus ertjant haud, dautet eene Grupp vonne Sadutsäa es wea, oba de aundre vonne Farisäa, schreajch hee emm Huagen Rot: Manna, Breeda, etj sie een Farisäa, een Farisäa Sän; wäajen de Hopninj opp de Oppstohninj de Doodes woa etj verrem Jerejcht jestalt.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Paulus wist dat een deel van de Joodse raad uit sadduceeën bestond en een ander deel uit farizeeën. Daarom riep hij uit: “Volksgenoten, ik ben een farizeeër uit een familie van farizeeën en ik sta terecht voor mijn verwachting dat de doden zullen verrijzen!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Paulus wist dat de Raad voor de helft uit Sadduceeën en voor de helft uit Farizeeën bestond. Hij riep: ‘Broeders! Ik ben een Farizeeër en kom uit een familie van Farizeeën! Ik sta hier vandaag terecht omdat ik verwacht dat de doden weer levend zullen worden!’
Dutch Reimer 2001
Oba aus Paul enn wort daut en poat fonn daen Sadutsaea weare, oba daut aundre poat Farisaea, schreajch hee lud enn daut Huagarot: "Mana, Breeda, ekj sie en Farisaea, en en Farisaea sien Saen! ekj woa jerecht waeajen dee Hopninj enn daut oppstone fom Doot!"
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Paulus wetende dat het ene deel was van de sadduceeën, en het andere van de farizeeën, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een farizeeër, eens farizeeërs zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceen, en het andere van de Farizeen, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeer, eens Farizeers zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.