Acts 25:12 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Festus overlegde met de Vergadering. Toen antwoordde hij Paulus: "Jij wil dat de keizer over jou rechtspreekt. Goed, je zal naar de keizer gaan!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen antwoordde Festus, nadat hij met de raad gesproken had: U hebt u op de keizer beroepen? U zult naar de keizer gaan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen antwoordde Festus, na overleg met zijn Raad: Op de keizer hebt gij u beroepen, naar de keizer zult gij gaan!
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen antwoordde Festus in overleg met zijn Raad: Op Caesar hebt ge u beroepen, tot Caesar zult ge gaan.
Dutch 2007 (HTB)
Na met zijn raadsheren te hebben gesproken, antwoordde Festus: "Nu u een beroep op de keizer hebt gedaan, zult u ook naar de keizer gaan."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Nadat Festus hierover met de Raad overlegd had, antwoordde hij Paulus: "Je beroept je op de keizer? Goed, naar de keizer zul je gaan!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Festus overlegde met zijn raadsmannen en zei: “Je hebt je beroepen op de keizer! Dan zul je ook naar de keizer gaan!”
Dutch Frisian
Dan beräd Festus sich met de Rotsvesaumlung en auntwuad: Oppem Tjeisa hast dü die beroope, nom Tjeisa saust dü gohne.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Festus overlegde met zijn adviesraad en antwoordde: “U hebt zich op de keizer beroepen, naar de keizer zal u gaan.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Na met zijn raadsheren te hebben gesproken, antwoordde Festus: ‘Nu u een beroep op de keizer hebt gedaan, zult u ook naar de keizer gaan.’
Dutch Reimer 2001
Aus Festus donn met daen Huagarot jeraet haud, saed hee: "Du hast die opp daen Kjeisa beroopt - nom Kjeisa saust du gone."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen antwoordde Festus, als hij met den raad gesproken had: Hebt gij u op den keizer beroepen? Gij zult tot den keizer gaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen antwoordde Festus, als hij met den raad gesproken had: Hebt gij u op den keizer beroepen? Gij zult tot den keizer gaan.