Amos 4:6 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Voor straf heb Ik ervoor gezorgd dat jullie niets meer te eten hebben. In al jullie steden en dorpen ontstond hongersnood. Toch zijn jullie niet bij Mij teruggekomen, zegt de Heer.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarom heb Ík u ook schone tanden gegeven in al uw steden, gebrek aan brood in al uw woon plaatsen. Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd, spreekt de HEERE.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ik echter, Ik heb u gegeven reinheid van tanden in al uw steden en broodgebrek in al uw woonplaatsen. Toch hebt gij u niet tot Mij bekeerd, luidt het woord des HEREN.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
In al uw steden heb Ik u blanke tanden gegeven. In al uw plaatsen broodsgebrek! Maar ge hebt u tot Mij niet bekeerd: Is de godsspraak van Jahweh!
Dutch 2007 (HTB)
"Uw tanden bleven schoon, want Ik stuurde honger in stad en dorp", zegt de HERE, "maar het hielp niets; u wilde nog steeds niet naar Mij terugkeren.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
In al jullie steden hield Ik het voedsel weg van jullie tanden, Ik veroorzaakte voedselgebrek in al jullie woonplaatsen. Toch keerden jullie niet naar Mij terug, zegt de Heer***.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
“Ook heb Ik jullie schone tanden gegeven in al jullie steden en tekort aan brood in al jullie woon plaatsen. Toch zijn jullie niet naar Mij teruggekeerd, spreekt de HEERE.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Uw tanden bleven schoon, want Ik stuurde honger in stad en dorp,’ zegt de Here, ‘maar het hielp niets, u wilde nog steeds niet naar Mij terugkeren.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.