Daniel 4:35 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Vergeleken bij Hem zijn de mensen helemaal niets. Hij doet wat Hij wil met de bewoners van de hemel en met de mensen op de aarde. Niemand kan Hem tegenhouden als Hij besloten heeft iets te doen. Niemand kan tegen Hem zeggen: 'Wat doet U daar?'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet naar Zijn wil met de leger macht in de hemel en de bewoners van de aarde. Er is niemand die Zijn hand kan wegslaan of tegen Hem kan zeggen: Wat doet U?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ja, alle bewoners der aarde worden als niets geacht; Hij doet naar zijn wil met het heer des hemels en de bewoners der aarde: en niemand is er, die zijn hand kan weerhouden of tot Hem kan zeggen: wat doet Gij?
Dutch 2007 (HTB)
Alle bewoners van deze aarde zijn niets vergeleken bij Hem. Hij doet wat Hij het beste vindt met de hemelse legers en met de mensen op aarde. Niemand kan Hem tegenhouden of ter verantwoording roepen en vragen: 'Wat is uw bedoeling met alles wat U doet?'
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De bewoners der aarde hebben niets te betekenen. Hij doet wat Hij wil met de bewoners van de hemel en met de bewoners der aarde. Niemand kan zijn hand tegenhouden en niemand kan tegen Hem zeggen: 'Wat doet U daar?'
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Alle bewoners van deze aarde zijn niets vergeleken bij Hem. Hij doet wat Hij het beste vindt met de hemelse legers en met de mensen op aarde. Niemand kan Hem tegenhouden of ter verantwoording roepen en vragen: “Wat is uw bedoeling met alles wat U doet?”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?