Deuteronomy 1:17 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Als jullie rechtspreken, mag het voor jullie niet uit maken of iemand rijk is of arm. En wees voor niemand bang. Want jullie spreken recht namens God. Maar als een rechtszaak voor jullie te moeilijk is, moeten jullie daarmee naar mij toe komen. Dan zal ik ernaar luisteren.'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
U mag niet partijdig zijn in de rechtspraak: zowel de kleine als de grote moet u aanhoren. U mag voor niemand bevreesd zijn, want de rechtspraak behoort aan God. Maar de zaak die voor u te moeilijk is, moet u bij mij brengen en ik zal die aanhoren.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Gij zult in de rechtspraak de persoon niet aanzien; gij zult de onaanzienlijke evenzeer horen als de aanzienlijke; gij zult voor niemand vrezen, want de rechtspraak is Godes. De zaak echter, die voor u te zwaar is, zult gij tot mij brengen, opdat ik die hore.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Gij moogt geen aanzien des persoons bij de rechtspraak doen gelden; naar den geringe moet ge evengoed horen als naar den grote, en voor niemand bevreesd zijn; want rechtspreken is iets goddelijks. En wat te moeilijk voor u is, brengt dat voor mij, en ik zal het aanhoren.
Dutch 2007 (HTB)
'Wanneer u een beslissing neemt', zei ik hun, 'bevoordeel dan nooit iemand omdat hij rijk is; wees rechtvaardig voor groot en klein. Wees niet bang voor hun reactie, want u handelt namens God. Als u een zaak wordt voorgelegd die te moeilijk is, leg die dan aan mij voor.'
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jullie mogen niet partijdig zijn, maar moeten rechtvaardig oordelen over zowel arm als rijk. Laat je door niemand intimideren, want jullie spreken recht namens God. Met zaken die voor jullie te moeilijk zijn, moeten jullie naar mij komen, dan zal ik ernaar luisteren.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Bij de rechtspraak mag er geen sprake zijn van het aanzien van de persoon. Jullie moeten luisteren naar klein en groot. Jullie mogen niet terugdeinzen voor enig mens, want de rechtspraak is van GOD. Een zaak die te moeilijk voor jullie is, moeten jullie aan mij voordragen en ik zal die aanhoren.’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
“Wanneer u een beslissing neemt,” zei ik hun, “bevoordeel dan nooit iemand omdat hij rijk is, wees rechtvaardig voor groot en klein. Wees niet bang voor hun reactie, want u handelt namens God. Als u een zaak wordt voorgelegd die te moeilijk is, leg die dan aan mij voor.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult gij tot mij doen komen, en ik zal ze horen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult gij tot mij doen komen, en ik zal ze horen.