Deuteronomy 1:39 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jullie waren toch bang dat ze jullie kinderen gevangen zouden nemen? Ik zeg jullie dat jullie kleine kinderen, die nu nog te klein zijn om het verschil tussen goed en kwaad te weten, daar zullen gaan wonen [in plaats van jullie]. Hún zal Ik het geven en zíj zullen het veroveren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En ook uw kleine kinderen, waarvan u zei: Zij zullen de vijand tot buit worden, en uw kinderen die heden nog geen goed of kwaad kennen, die zullen erin komen. Aan hen zal Ik het geven en zij zullen het in bezit nemen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En uw kleine kinderen, waarvan gij gezegd hebt: ten roof zullen zij zijn, – en uw zonen, die op dit ogenblik nog geen kennis hebben van goed en kwaad, die zullen daar komen, ja, aan hen zal Ik het geven en zij zullen het in bezit nemen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ook uw kleine kinderen, van wie ge gezegd hebt, dat zij een buit zouden worden en uw zonen, die thans nog geen goed van kwaad kunnen onderscheiden, zij zullen daar binnengaan; hun zal Ik het geven, en zij zullen het bezitten.
Dutch 2007 (HTB)
Ik zal het land aan uw kinderen geven, van wie u zei dat zij in de woestijn zouden sterven.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En jullie kinderen, die nu het verschil tussen goed en kwaad nog niet weten en waarvan jullie zeiden dat ze als buit weggevoerd zouden worden, zíj zullen dat land binnengaan. Hun zal Ik het geven en zij zullen het in bezit nemen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jullie kinderen, waarvan jullie zeiden: ‘Zij zullen een prooi worden!’, jullie zonen die nu nog geen weet hebben van goed of kwaad, die zullen er binnengaan en aan hen zal Ik het geven en zij zullen het als erfdeel in bezit nemen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ik zal het land aan uw kinderen geven, van wie u zei dat zij in de woestijn zouden sterven.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen tot een roof zijn; en uw kinderen, die heden noch goed noch kwaad weten, die zullen daarin komen, en dien zal Ik het geven, en die zullen het erfelijk bezitten.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen tot een roof zijn; en uw kinderen, die heden noch goed noch kwaad weten, die zullen daarin komen, en dien zal Ik het geven, en die zullen het erfelijk bezitten.