Deuteronomy 12:27 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jullie moeten het vlees en het bloed van jullie brand-offers offeren op het altaar van jullie Heer God. Van de vlees-offers moeten jullie het bloed rondom tegen de zijkanten van het altaar van jullie Heer God werpen. Maar het vlees mogen jullie opeten.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Bij uw brandoffers moet u zowel het vlees als het bloed offeren op het altaar van de HEERE, uw God. Van uw slachtoffers moet het bloed over het altaar van de HEERE, uw God, worden uitgegoten, maar mag u het vlees zelf eten.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
gij zult uw brandoffers, het vlees en het bloed, bereiden op het altaar van de HERE, uw God, en het bloed van uw slachtoffers zal op het altaar van de HERE, uw God, uitgegoten worden, maar het vlees moogt gij eten.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Bij uw brandoffers moet gij het vlees en het bloed ten offer brengen op het altaar van Jahweh, uw God; maar bij uw slachtoffers moet het bloed op het altaar van Jahweh, uw God, worden uitgegoten, en het vlees door u worden gegeten.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daar moeten jullie zowel het vlees als het bloed van jullie brandoffers offeren op het altaar van jullie Heer*** God. Het bloed van de vleesoffers moet tegen het altaar van jullie Heer*** God worden uitgegoten, maar het vlees mogen jullie opeten.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
en je zult je brandoffers, het vlees en het bloed ervan, op het altaar van de HEERE, je GOD, klaarmaken en het bloed van je slacht offers zal op het altaar van de HEERE, je GOD, worden uitgegoten, maar het vlees mag je eten.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En gij zult uw brandofferen, het vlees en het bloed, bereiden op het altaar des HEEREN, uws Gods; en het bloed uwer slachtofferen zal op het altaar des HEEREN, uws Gods, worden uitgegoten; maar het vlees zult gij eten.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En gij zult uw brandofferen, het vlees en het bloed, bereiden op het altaar des HEEREN, uws Gods; en het bloed uwer slachtofferen zal op het altaar des HEEREN, uws Gods, worden uitgegoten; maar het vlees zult gij eten.