Deuteronomy 19:4 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Als iemand per ongeluk iemand anders heeft gedood (dus niet omdat hij hem haatte), mag hij naar die vrijstad vluchten om in leven te blijven.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Dit is de zaak die iemand betreft die een doodslag begaan heeft en daarheen vlucht om in leven te blijven: iemand die zijn naaste niet met voorbedachten rade doodgeslagen heeft en die hij tevoren niet haatte
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
In het volgende geval zal de doodslager, die daarheen vlucht, in leven blijven: als hij zijn naaste zonder opzet gedood heeft, terwijl hij tevoren geen haat tegen hem koesterde.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar dit is de voorwaarde, waarop iemand, die een ander gedood heeft en daarheen is gevlucht, in leven mag blijven: dat hij den ander zonder opzet heeft verslagen en zonder dat hij hem vroeger haat had toegedragen.
Dutch 2007 (HTB)
Ik noem u een voorbeeld van iemand die zijn naaste per ongeluk doodt, dus niet met voorbedachten rade, en die dan naar één van deze steden kan vluchten.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Wie onopzettelijk iemand heeft gedood, dus niet omdat hij haat tegen hem koesterde, mag daarheen vluchten om in leven te blijven.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Dit is de voorwaarde waarop degene die iemand gedood heeft daarheen mag vluchten om in leven te blijven: als hij zijn naaste zonder voorbedachte rade heeft doodgeslagen en hem gisteren en eergisteren niet haatte.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ik noem u een voorbeeld van iemand die zijn naaste per ongeluk doodt, dus zonder hem te haten, en die dan naar een van deze steden kan vluchten.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En dit zij de zaak des doodslagers, die daarhenen vlieden zal, dat hij leve; die zijn naaste zal geslagen hebben door onwetendheid, dien hij toch van gisteren en eergisteren niet haatte;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En dit zij de zaak des doodslagers, die daarhenen vlieden zal, dat hij leve; die zijn naaste zal geslagen hebben door onwetendheid, dien hij toch van gisteren en eergisteren niet haatte;