Deuteronomy 20:14 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De vrouwen, de kinderen, het vee en alle spullen mogen jullie als buit meenemen. Jullie mogen de hele buit voor jezelf houden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Alleen de vrouwen, de kleine kinderen, het vee en alles wat zich verder in de stad bevindt, al haar buit, mag u voor uzelf roven. U mag van de buit van uw vijanden, die de HEERE, uw God, u gegeven heeft, eten.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Alleen de vrouwen, de kinderen, het vee en alles wat zich in de stad bevindt, de gehele buit, moogt gij voor u zelf roven, en deze op uw vijanden behaalde buit, die de HERE, uw God, u geeft, moogt gij u ten nutte maken.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
doch vrouwen en kinderen, het vee en alles wat in de stad is, moogt ge allemaal buit maken; en de buit, op uw vijanden veroverd en door Jahweh, uw God, u gegeven, voor uzelf gebruiken.
Dutch 2007 (HTB)
de vrouwen, kinderen, het vee en de buit mag u voor uzelf houden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
maar de vrouwen en kinderen, het vee en alle goederen in de stad mogen jullie meenemen als buit. Jullie mogen de hele buit hebben die jullie Heer*** God aan jullie gegeven heeft.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Alleen de vrouwen en de kinderen, het vee en alles wat er verder in de stad is, de hele buit ervan zul je voor je zelf als buit nemen en je zult eten van de buit van je vijanden, die de HEERE, je GOD, jou gegeven heeft.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
de vrouwen, kinderen, het vee en de buit mag u voor uzelf houden.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Behalve de vrouwen, en de kinderkens, en de beesten, en al wat in de stad zijn zal, al haar buit zult gij voor u roven; en gij zult eten den buit uwer vijanden, dien u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Behalve de vrouwen, en de kinderkens, en de beesten, en al wat in de stad zijn zal, al haar buit zult gij voor u roven; en gij zult eten den buit uwer vijanden, dien u de HEERE, uw God, gegeven heeft.