Deuteronomy 33:7 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
"Dit is mijn zegen voor [de stam van] Juda: Luister, Heer, naar de stem van Juda. Breng hem terug bij zijn volk. Maak hem sterk. Heer, wees zijn Helper tegen zijn vijanden."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Dit betreft Juda; hij zei: Luister, HEERE, naar de stem van Juda! Breng hem terug bij zijn volk, laten zijn handen sterk genoeg voor hem zijn, en wees hem een hulp tegen zijn tegenstanders!
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En dit betreft Juda. Hij zeide: Hoor, HERE, de stem van Juda en breng hem tot zijn volk; zijn handen strijden voor hem, en wees Gij hem een hulp tegen zijn tegenstanders.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Over Juda sprak hij aldus: Hoor Jahweh het smeken van Juda, En verenig hem met zijn volk, Strijd voor hem met eigen hand, En help hem tegen zijn vijand.
Dutch 2007 (HTB)
En Mozes zei van Juda: "HERE, luister naar de stem van Juda en verenig hem met zijn volk; vecht voor hem tegen zijn vijanden."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Over Juda zei hij dit: "Hoor, Heer***, de roep van Juda en breng hem terug bij zijn volk. Geef zijn handen voldoende kracht, Heer***, wees zijn Helper tegen zijn vijanden."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Dit is wat hij van Juda zei: “ O HEERE, luister naar de stem van Juda en breng hem terug bij zijn volk. Met zijn handen strijdt hij voor zichzelf, o weest U hem tot hulp tegen zijn onderdrukkers!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En Mozes zei van Juda: ‘ Here, luister naar de stem van Juda en verenig hem met zijn volk, vecht voor hem tegen zijn vijanden.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En dit is van Juda, dat hij zeide: Hoor, HEERE! de stem van Juda! en breng hem weder tot zijn volk; zijn handen moeten hem genoegzaam zijn, en zijt Gij hem een Hulp tegen zijn vijanden!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En dit is van Juda, dat hij zeide: Hoor, HEERE! de stem van Juda! en breng hem weder tot zijn volk; zijn handen moeten hem genoegzaam zijn, en zijt Gij hem een Hulp tegen zijn vijanden!