Deuteronomy 4:47 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze hadden zijn land veroverd, samen met het land van koning Og van Bazan. Sihon en Og waren de koningen van de Amorieten die aan de oostkant van de Jordaan woonden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij hadden zijn land in bezit genomen en het land van Og, de koning van Basan, twee koningen van de Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan woonden, waar de zon opkomt,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
en wiens land zij in bezit genomen hadden, evenals het land van Og, de koning van Basan: de beide koningen der Amorieten, die aan de overzijde van de Jordaan woonden, in het oosten,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
en zijn land en dat van Og, den koning van Basjan, de beide koningen der Amorieten, die ten oosten in het Overjordaanse woonden, in bezit hadden genomen:
Dutch 2007 (HTB)
Israël veroverde diens land en dat van koning Og van Basan; beiden waren Amoritische koningen, die ten oosten van de Jordaan regeerden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze hadden zijn land in bezit genomen, evenals het land van Og, de koning van Basan, de twee koningen van de Amorieten aan deze zijde van de Jordaan, de oostzijde.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zijn land hadden ze als erfdeel in bezit genomen en ook het land van Og, de koning van Basan, de gebieden van de twee koningen van de Amorieten die in het Overjordaanse woonden, waar de zon opkomt,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Israël veroverde diens land en dat van koning Og van Basan, beiden waren Amoritische koningen, die ten oosten van de Jordaan regeerden.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zijn land in bezitting genomen hadden; daartoe het land van Og, koning van Bazan; twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, tegen den opgang der zon;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zijn land in bezitting genomen hadden; daartoe het land van Og, koning van Bazan; twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, tegen den opgang der zon;