Deuteronomy 5:21 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Wees niet jaloers op wat iemand anders heeft. Je moet niet willen hebben wat al van een ander is: zijn huis, of zijn vrouw, of zijn knecht, of zijn slavin, of zijn koe, of zijn ezel, of iets anders wat van iemand anders is.'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En u zult niet begeren de vrouw van uw naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, noch op zijn dienaar, noch op zijn dienares, noch op zijn rund, noch op zijn ezel, noch op iets wat van uw naaste is.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En gij zult niet begeren uws naasten vrouw, gij zult uw zinnen niet zetten op uws naasten huis, noch op zijn akker, noch op zijn dienstknecht, zijn dienstmaagd, zijn rund, zijn ezel, noch op iets, dat van uw naaste is.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Gij zult de vrouw van uw naaste niet begeren. Gij zult het huis van uw naaste niet verlangen, noch zijn akker, noch zijn slaaf of slavin, noch zijn os of zijn ezel, noch iets wat uw naaste behoort.
Dutch 2007 (HTB)
U mag geen verlangend oog laten vallen op de vrouw van een andere man, noch hem benijden om zijn huis, land, dienaren, ossen, ezels, noch om iets anders dat hij bezit!
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jullie mogen niet afgunstig verlangen naar iets wat van je naaste is: zijn vrouw, zijn huis, zijn akker, zijn slaaf of slavin, zijn os of ezel, of iets anders wat van je naaste is.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Je zult de vrouw van je naaste niet begeren en je zult je zinnen niet zetten op het huis van je naaste, niet op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund, zijn ezel of op wat ook maar van je naaste is.’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
U mag geen verlangend oog laten vallen op de vrouw van een andere man, noch hem benijden om zijn huis, land, dienaren, ossen, ezels, noch om iets anders dat hij bezit!
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En gij zult niet begeren uws naasten vrouw; en gij zult u niet laten gelusten uws naasten huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En gij zult niet begeren uws naasten vrouw; en gij zult u niet laten gelusten uws naasten huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.