Deuteronomy 7:2 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar jullie Heer God zal ervoor zorgen dat jullie hen kunnen verslaan. Jullie moeten hen helemaal vernietigen. Sluit geen verbond met hen en laat hen niet in leven.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
en wanneer de HEERE, uw God, hen aan u overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u hen volledig met de ban slaan; u mag geen verbond met hen sluiten en hun niet genadig zijn.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
en de HERE, uw God, hen aan u overgeleverd zal hebben, zodat gij hen verslaat, dan zult gij hen volkomen met de ban slaan; gij zult met hen geen verbond sluiten en hun geen genade verlenen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar wanneer Jahweh, uw God, ze aan u heeft overgeleverd en gij ze verslaat, dan moet ge ze met de banvloek treffen; ge moogt geen verbond met hen sluiten en hun geen genade verlenen,
Dutch 2007 (HTB)
Als de HERE, uw God, hen ter vernietiging aan u overgeeft, doe dat dan ook volledig; sluit geen verdragen en behandel hen niet genadig; vaag hen totaal weg.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Wanneer jullie Heer*** God hen aan jullie heeft uitgeleverd en jullie hen verslagen hebben, moeten jullie hen totaal vernietigen. Jullie mogen geen verbond met hen sluiten en hen niet ontzien.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
en de HEERE, je GOD, hen aan je overgeleverd heeft en jij hen verslagen hebt, dan moet je hen volledig afzonderen ter vernietiging. Je mag geen verbond met hen sluiten en hun geen genade bewijzen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Als de Here, uw God, u de overwinning op hen schenkt, moet u hen doden. Sluit geen vredesverdrag en spaar hen niet.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.