Deuteronomy 7:24 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zal hun koningen in jullie macht geven. Jullie zullen ervoor zorgen dat later niemand zich nog zal herinneren dat ze hebben geleefd. Geen enkele koning zal jullie kunnen verslaan. Ze zullen allemaal worden vernietigd.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij zal u hun koningen in uw hand geven, en u moet hun naam van onder de hemel doen verdwijnen; niemand zal vóór u standhouden, totdat u hen weggevaagd hebt.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hun koningen zal Hij in uw macht geven, zodat gij hun naam van onder de hemel doet verdwijnen; niemand zal tegen u standhouden, totdat gij hen verdelgd hebt.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij levert hun koningen aan u uit, en zelfs hun naam zult ge wegvagen onder de hemel; niemand zal voor u stand kunnen houden, totdat gij ze hebt verdelgd.
Dutch 2007 (HTB)
Hij zal hun koningen in uw macht geven en u zult hun namen van de aarde laten verdwijnen, alsof zij nooit hebben bestaan. Niemand zal tegen u opgewassen zijn.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ook zal Hij hun koningen in jullie macht geven, zodat jullie hun naam van onder de hemel kunnen wegvagen. Niemand zal tegen jullie kunnen standhouden, jullie zullen hen allemaal uitroeien.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hun koningen zal Hij je in handen geven en je zult hun naam onder de hemel wegvagen. Geen man zal tegenover je stand kunnen houden, totdat je hen uitgeroeid hebt.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij zal hun koningen in uw macht geven en u zult hun namen van de aarde laten verdwijnen, alsof zij nooit hebben bestaan. Niemand zal tegen u opgewassen zijn.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Ook zal Hij hun koningen in uw hand geven, dat gij hun naam van onder den hemel te niet doet; geen man zal voor uw aangezicht bestaan, totdat gij hen zult hebben verdelgd.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Ook zal Hij hun koningen in uw hand geven, dat gij hun naam van onder den hemel te niet doet; geen man zal voor uw aangezicht bestaan, totdat gij hen zult hebben verdelgd.