Ecclesiastes 3:14 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ik heb begrepen dat alles wat God doet, voor eeuwig is. Je kan er niets aan toevoegen of er iets vanaf halen. God doet het, met de bedoeling dat de mensen diep ontzag voor Hem zullen hebben.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ik heb ingezien, dat al wat God doet, voor eeuwig is; daaraan kan men niet toedoen en daarvan kan men niet afdoen; en God doet het, opdat men voor zijn aangezicht vreze.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ik begreep, dat al wat God doet, voor altijd blijft; Daar kan men niets aan toevoegen of van afdoen: God maakt het zo, dat men Hem vreest.
Dutch 2007 (HTB)
En ik weet dat alles wat God doet, onherroepelijk is; er kan niets aan worden toegevoegd of van worden afgedaan; God heeft daarbij voor ogen dat de mens ontzag moet hebben voor de Almachtige God.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig is. Er is niets aan toe te voegen en niets van af te doen. Wat God doet, doet Hij opdat men ontzag voor Hem zal hebben.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ik weet dat alles wat GOD doet, voor eeuwig is. Men kan er niets aan toevoegen en er niets van afdoen. GOD doet dat, opdat men voor zijn aangezicht vreest.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En ik weet dat alles wat God doet, onherroepelijk is, er kan niets aan worden toegevoegd of van worden afgedaan, God heeft daarbij voor ogen dat de mens ontzag moet hebben voor de Almachtige God.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.