Exodus 30:12 — Compare Translations
8 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
"Als je de Israëlieten telt [die 20 jaar of ouder zijn], moeten al deze mannen een losgeld aan Mij betalen in ruil voor hun leven. Als ze dat niet doen, zal er een ramp over hen komen als ze worden geteld.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Wanneer u het aantal Israëlieten opneemt, volgens hun tellingen, dan moet ieder bij hun telling aan de HEERE een losgeld geven voor zijn leven, opdat er bij hun telling geen plaag over hen komt.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Wanneer gij het getal der Israëlieten bij de telling opneemt, dan zullen zij, ieder voor zijn leven, aan de HERE een zoengeld geven, wanneer men hen telt, opdat er onder hen geen plaag zij bij de telling.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Wanneer ge de Israëlieten monstert en ze hoofd voor hoofd telt, moet ieder van hen bij de monstering aan Jahweh een losprijs voor zijn leven betalen, opdat geen ramp hen bij de monstering mag treffen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Als je een telling houdt onder de Israëlieten, moet iedereen die als getelde wordt ingeschreven aan de Heer*** een losgeld betalen voor zijn leven. Anders halen zij een oordeel over zich heen wanneer ze worden geteld.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
“Wanneer je het aantal hoofd en van de zonen van Israël opneemt, van hen die geteld worden, dan zullen zij, ieder voor zijn eigen ziel, bij hun telling verzoengeld aan de HEERE geven, opdat er geen plaag onder hen komt wanneer je hen aan het tellen bent.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Als gij de som van de kinderen Israëls opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.