Exodus 32:29 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Mozes: "Vandaag is te zien of jullie werkelijk de Heer willen dienen. Want je zal zelfs je zoon of je broer moeten doden. De Heer zal jullie hiervoor belonen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Mozes: U moet zich vandaag aan de HEERE wijden, ja, ieder moet zich tegen zijn zoon en tegen zijn broeder keren, opdat Hij vandaag Zijn zegen over u zal geven.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Mozes nu zeide: Weest heden de HERE gewijd – want ieder was tegen zijn zoon en zijn broeder – en wel om heden een zegen over u te brengen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sprak Moses: Ge hebt u heden aan Jahweh gewijd, iedereen ten koste van zijn zoon en zijn broeder; zo hebt ge u heden zegen verworven.
Dutch 2007 (HTB)
Daarna zei Mozes tegen de Levieten: "Vandaag zijn jullie aan de HERE gewijd, want jullie hebben Hem gehoorzaamd, ook al betekende dat het doden van jullie broers, vrienden en buren. De HERE zal jullie rijk zegenen."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Want Mozes had gezegd: "Wijd je vandaag aan de Heer***, want je zult zelfs je eigen zoon of broer moeten doden. Hierom zal de Heer*** jullie vandaag zegenen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Mozes had gezegd: “Wees vandaag toegewijd aan de HEERE, ieder tegen zijn zoon en tegen zijn broeder, en mag Hij zo vandaag een zegen over jullie brengen!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarna zei Mozes tegen de Levieten: ‘Vandaag zijn jullie aan de Here gewijd, want jullie hebben Hem gehoorzaamd, ook al betekende dat het doden van jullie broers, vrienden en buren. De Here zal jullie rijk zegenen.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!