Exodus 32:4 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij smolt ze en maakte er een gouden beeld van in de vorm van een kalf. Toen riepen ze: "Kijk, Israël, dit is jullie god! Dit is de god die jullie uit Egypte heeft gehaald!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij nam ze van hen aan, hij bewerkte ze met een graveerstift en maakte er een gegoten kalf van. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hij nam ze van hen aan, gaf er vorm aan met een stift en maakte er een gegoten kalf van. En zij zeiden: Dit is uw god, Israël, die u uit het land Egypte heeft gevoerd.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Deze nam ze van hen aan, goot ze in een kleivorm, en maakte er een gegoten kalf van. Nu riepen zij: Israël, daar is uw God, die u uit Egypte heeft geleid!
Dutch 2007 (HTB)
Aäron smolt het goud en goot het in de vorm van een kalf. De Israëlieten riepen: "O Israël, dit is de god die ons uit Egypte heeft bevrijd!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij nam ze van hen aan, smolt ze en goot er een stierkalf van. Toen riepen ze: "Israël, dit is jullie god die jullie uit Egypte heeft weggeleid!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij nam dat alles uit hun hand aan, bewerkte het met een beitel en maakte er een gegoten stierkalf van. Toen zeiden zij: “Dit is je god, o Israël, die je uit het land Egypte heeft doen optrekken.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Aäron smolt het goud en goot het in de vorm van een kalf. De Israëlieten riepen: ‘O Israël, dit is de god die ons uit Egypte heeft bevrijd!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.