Ezekiel 20:7 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En Ik zei tegen hen dat ze al hun walgelijke Egyptische godenbeelden moesten wegdoen. Want Ík was hun Heer God.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarop zei Ik tegen hen: Laat ieder de afschuwelijke afgoden waar hij tegen opkijkt, wegwerpen. U mag uzelf niet verontreinigen met de stinkgoden van Egypte. Ik ben de HEERE, uw God.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Ik zeide tot hen: Ieder werpe de gruwelen weg, waarop zijn ogen gevestigd zijn; verontreinigt u niet met de afgoden van Egypte. Ik ben de HERE, uw God.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En Ik sprak tot hen: Laat een ieder zijn ogen van de gruwelbeelden afhouden, en niemand verontreinige zich aan de schandgoden van Egypte; Ik, Jahweh, ben uw God!
Dutch 2007 (HTB)
Toen zei Ik tegen hen: Ruim elk afgodsbeeld op; verontreinig u niet met de Egyptische afgoden, want Ik ben de HERE, uw God.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En Ik zei tegen hen: 'Laat iedereen de walgelijke afgodsbeelden wegdoen waarop hij zijn blik gevestigd heeft. Laat niemand zichzelf nog onrein maken met de walgelijke afgoden van Egypte, want Ik, de Heer***, ben jullie God.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ik zei tegen hen: Laat ieder de gruwelijke afgoden van voor zijn ogen wegwerpen, jullie mogen jezelf niet verontreinigen met de stinkgoden van Egypte, Ik ben de HEERE, jullie GOD.’ ”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen zei Ik tegen hen: ‘Ruim elk afgodsbeeld op, verontreinig u niet met de Egyptische afgoden, want Ik ben de Here, uw God.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.