Ezekiel 29:7 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Israël verwachtte steun van u, maar werd door u bedrogen. Want u bent als een rieten wandelstok: als iemand daarop leunt, breekt hij en gaat dwars door zijn hand. En hij die er op leunde, valt. Israël kreeg geen enkele hulp van u en moest zichzelf zien te redden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zij u bij uw hand grepen, knakte u, maar u scheurde heel hun schouder open. Toen zij op u steunden, brak u, maar u liet alle heupen op zichzelf staan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
grijpt dit u met de hand vast, dan knakt gij en rijt hun allen de schouder open; leunen zij op u, dan breekt gij en brengt hun aller heup aan het wankelen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
grijpt hun hand u vast, dan knakt ge, en rijt ge heel hun hand open; steunen ze op u, dan breekt ge en verlamt aller heupen.
Dutch 2007 (HTB)
Israël steunde op u, maar als een rotte wandelstok klapte u onder het gewicht in elkaar, zodat haar schouder werd opengehaald en zij wankelde van de pijn.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
omdat ze voor het huis van Israël een rietstaf zijn geweest: toen men u met de hand wilde vastgrijpen, brak u en doorboorde hun hand; toen ze op u steunden, brak u af en verzwikten ze hun heupen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Als zij je bij je hand vastgrepen, knakte je en deed je heel hun schouder inscheuren, en als zij op je leunden, brak je en deed je al lendenen beven.’ ”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Israël steunde op u, maar als een rieten stok klapte u onder haar gewicht in elkaar, zodat haar schouder werd opengehaald en zij wankelde van de pijn.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.