Ezekiel 33:30 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
[ De Heer zei:] "Mensenzoon, de mensen van je volk praten over jou op de muren en bij de deuren van hun huizen. De één zegt tegen de ander: 'Ga je mee om te horen wat de Heer nu weer tegen hem heeft gezegd?'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En wat u betreft, mensenkind, uw volksgenoten praten over u bij de muren en in de deuropeningen van de huizen. De een praat met de ander, ieder met zijn broeder: Kom toch, en hoor wat het woord is dat van de HEERE uitgaat.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Gij nu, mensenkind, uw volksgenoten spreken onderling over u bij de muren en aan de deuren der huizen; de een zegt tot de ander, ieder tot zijn naaste: Kom toch mee en hoor, welk woord er van de HERE is uitgegaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Mensenkind, uw volksgenoten voeren gesprekken over u bij de muren en aan de huisdeuren. Ze zeggen tot elkaar: Laten we eens gaan horen, wat woord van Jahweh is uitgegaan.
Dutch 2007 (HTB)
Mensenzoon, uw volksgenoten fluisteren achter uw rug om. Zij praten over u in hun huizen en fluisteren over u aan de deuren: 'Kom op, dan gaan we naar hem toe om te horen wat de HERE zegt!'
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Wat jou betreft, mensenzoon, je volksgenoten praten over jou bij de muren en bij de deuren van hun huizen. Ze zeggen tegen elkaar: 'Ga mee om te horen wat voor woord van de Heer*** er is.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
“Jij, mensenkind, de zonen van je volk spreken over jou bij de muren en bij de ingangen van de huizen. De een spreekt met de ander, ieder met zijn broeder, en zegt: ‘Kom toch en hoor wat het woord is dat van de HEERE uitgaat!’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Mensenzoon, uw volksgenoten fluisteren achter uw rug om. Zij praten over u in hun huizen en fluisteren over u bij de deur: “Kom op, dan gaan we naar hem toe om te horen wat de Here zegt!”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.