Ezekiel 34:28 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze zullen niet langer een prooi van de andere volken zijn. De wilde dieren zullen hen niet langer opeten. Maar ze zullen veilig wonen, zonder dat iemand hen opschrikt.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ze zullen niet meer tot een prooi zijn voor de heidenvolken, en de wilde dieren van de aarde zullen ze niet meer verslinden, maar ze zullen onbezorgd wonen en niemand zal ze schrik aanjagen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Dan zullen zij de volken niet langer tot een prooi zijn; het wild gedierte der aarde zal ze niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen, zonder dat iemand hen opschrikt.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nooit meer zullen ze een prooi der volken worden, of zullen wilde beesten hen verscheuren; in veiligheid zullen ze wonen, en niemand schrikt ze weer op!
Dutch 2007 (HTB)
Andere volken zullen hen niet meer leegplunderen en de wilde dieren zullen hen niet meer aanvallen. Zij zullen in veiligheid leven en niemand zal hun nog angst aanjagen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze zullen niet langer een prooi zijn voor de volken, de wilde dieren zullen hen niet meer verscheuren. Ze zullen veilig wonen, door niemand opschrikt.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zullen de volken niet meer tot buit zijn en de wilde dieren van de aarde zullen hen niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen en er zal niemand zijn die hen schrik aanjaagt.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Andere volken zullen hen niet meer leegplunderen en de wilde dieren zullen hen niet meer aanvallen. Zij zullen in veiligheid leven en niemand zal hun nog angst aanjagen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.