Ezekiel 36:17 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
"Mensenzoon, toen het volk Israël nog in zijn eigen land woonde, heeft het zijn eigen land bedorven met de slechte dingen die ze deden. Ze bedierven het met bloed.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Mensenkind, toen het huis van Israël in hun land woonde, toen verontreinigden zij dat met hun weg en met hun daden. Hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinheid van een afgezonderde vrouw.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Mensenkind, toen het huis Israëls nog in zijn land woonde, heeft het dat verontreinigd door zijn handel en wandel. Als de maandelijkse onreinheid, zo was hun wandel in mijn ogen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Mensenkind, toen het huis van Israël in zijn eigen land woonde, hebben ze door hun handel en wandel het verontreinigd; in mijn ogen was hun gedrag onrein als een maandvloeiing.
Dutch 2007 (HTB)
"Mensenzoon, toen het volk Israël nog in zijn eigen land woonde, verontreinigde het zijn land met slechte daden. Zijn afgoderij was Mij een doorn in het oog.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Mensenzoon, toen het huis van Israël nog in zijn land woonde, maakten zij het onrein met hun weg en hun daden. Hun leefwijze was in mijn ogen zo onrein als de maandelijkse onreinheid van een vrouw.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
“Mensenkind, toen het huis van Israël op zijn eigen grondgebied woonde, verontreinigden zij dat door hun levenswandel en door hun daden. Hun levenswandel was voor mijn aangezicht als de onreinheid van een vrouw tijdens haar afzondering.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Mensenzoon, toen het volk Israël nog in zijn eigen land woonde, verontreinigde het zijn land met wandaden. Zijn afgoderij was Mij een doorn in het oog.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Mensenkind! het huis Israëls, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.