Ezekiel 45:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Dat gebied zal zijn eigendom zijn."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Dat deel van het land zal voor hem bestemd zijn als grond bezit in Israël. Dan zullen Mijn vorsten Mijn volk niet meer uitbuiten, maar zij zullen het land aan het huis van Israël geven, aan hun stammen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
zal zijn gebied zijn, tot een bezitting in Israël, zodat mijn vorsten mijn volk niet meer onderdrukken, maar het land overlaten aan het huis Israëls, naar hun stammen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Dat zal hem in Israël in eigendom toebehoren, opdat Israëls vorsten mijn volk niet langer tyranniseren. Daarna moet ge het land stamsgewijze aan het huis van Israël toewijzen.
Dutch 2007 (HTB)
Dit zal zijn gebied zijn. De koningen zullen mijn volk niet langer onderdrukken en beroven, maar elk overschot aan land zullen zij aan het volk toewijzen en verdelen onder de stammen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Dit gebied zal zijn erfbezit zijn in Israël." "En mijn heersers mogen mijn volk niet meer onderdrukken. Ze moeten het land in bezit laten van het huis van Israël, het is voor hun stammen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Het land zal voor hem zijn, het is zijn grond bezit in Israël, en mijn vorsten zullen mijn volk niet meer verdrukken, maar zij zullen het land aan het huis van Israël geven, aan hun stammen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Dit zal zijn gebied zijn. De koningen zullen mijn volk niet langer onderdrukken en beroven, maar elk overschot aan land zullen zij aan het volk toewijzen en verdelen onder de stammen.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israël; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israëls het land laten, naar hun stammen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israel; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israels het land laten, naar hun stammen.