Ezekiel 48:22 — Compare Translations
8 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Het gebied van de Levieten en het gebied van de stad liggen dus midden in het gebied van de koning. Alles wat overblijft tussen het gebied van de stam van Juda en het gebied van de stam van Benjamin, zal voor de koning zijn.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Afgezien van het bezit van de Levieten en het bezit van de stad, dat ligt te midden van dat wat van de vorst is, zal het gebied tussen de grens van Juda en de grens van Benjamin voor de vorst zijn.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Uitgezonderd het bezit der Levieten en het bezit der stad, die liggen tussen wat van de vorst is, zal wat tussen de grens van Juda en die van Benjamin ligt, voor de vorst zijn.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Het land, dat enerzijds aan het grondbezit der levieten en het stadsbezit grenst—die midden tussen het gebied van den vorst liggen—en dat anderzijds tussen de gebieden van Juda en Benjamin ligt, zal den vorst toebehoren.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
en het gebied aan weerszijden van het grondgebied van de Levieten, en het grondgebied van de stad, liggen dus midden in het grondgebied van de heerser, tussen het grondgebied van Juda en het grondgebied van Benjamin in.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Vanaf het grond bezit van de Levieten en vanaf het bezit van de stad dat inligt tussen wat aan de vorst aan oostzijde en aan de westzijde zal toebehoren, zal wat tussen het grond gebied van Juda en het grond gebied van Benjamin in ligt, voor de vorst zijn.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda, en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda, en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn.