Ezekiel 8:5 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei tegen mij: "Mensenzoon, kijk naar de noordkant [van het binnenplein]!" Ik keek het plein op. Daar zag ik, aan de noordkant, vlak bij het altaar, het godenbeeld staan waardoor de Heer zwaar beledigd was.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij zei tegen mij: Mensenkind, sla toch uw ogen op in de richting van het noorden. Toen sloeg ik mijn ogen op in de richting van het noorden. En zie, ten noorden van de poort van het altaar stond in de ingang het afgodsbeeld van de na-ijver.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hij zeide tot mij: Mensenkind, richt uw blik naar het noorden! Toen richtte ik mijn blik naar het noorden, en zie, ten noorden van de poort bij het altaar stond aan de ingang dat afgodsbeeld, het voorwerp van naijver.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij sprak tot mij: Mensenkind, sla uw ogen op naar het noorden; en toen ik naar het noorden keek, aanschouwde ik ten noorden van de poort het altaar van het beeld der ijverzucht, dat daar aan de ingang stond!
Dutch 2007 (HTB)
Hij zei tegen mij: "Mensenzoon, kijk naar het noorden." Ik zag ten noorden van de poort bij het altaar het afgodsbeeld staan.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij zei tegen mij: "Mensenzoon, kijk in noordelijke richting." Ik keek in noordelijke richting en zag daar, noordelijk van de altaarpoort, dit afgodsbeeld dat de jaloersheid [van de Heer***] opwekt aan de ingang staan.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij zei tegen mij: “Mensenkind, sla nu je ogen op naar het noorden!” Ik sloeg mijn ogen op naar het noorden, en zie, ten noorden van de Poort van het Altaar stond het afgodsbeeld van de jaloersheid bij de ingang.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij zei tegen mij: ‘Mensenzoon, kijk naar het noorden.’ Ik zag ten noorden van de poort bij het altaar het afgodsbeeld staan.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Hij zeide tot mij: Mensenkind, hef nu uw ogen op naar den weg van het noorden; en ik hief mijn ogen op naar den weg van het noorden, en ziet, tegen het noorden aan de poort van het altaar was dit beeld der ijvering, in den ingang.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Hij zeide tot mij: Mensenkind, hef nu uw ogen op naar den weg van het noorden; en ik hief mijn ogen op naar den weg van het noorden, en ziet, tegen het noorden aan de poort van het altaar was dit beeld der ijvering, in den ingang.