Ezra 3:2 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De priesters herbouwden het altaar van de God van Israël. Dan zouden daarop weer de offers gebracht kunnen worden die Mozes, de dienaar van God, in de wet had opgeschreven. Ze werkten onder leiding van Jozua de zoon van Jozadak, en Zerubbabel de zoon van Sealtiël.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jesua, de zoon van Jozadak, stond op met zijn broeders, de priesters, en Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, met zijn broeders, en zij her bouwden het altaar van de God van Israël om daarop brandoffers te brengen volgens wat geschreven staat in de wet van Mozes, de man Gods.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Jesua, de zoon van Josadak, met zijn broeders, de priesters, en ook Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, met zijn broeders, maakten zich op en bouwden het altaar van de God van Israël, om daarop brandoffers te offeren, zoals voorgeschreven is in de wet van Mozes, de man Gods.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sloegen Jesjóea, de zoon van Josadak met zijn medepriesters, en Zorobabel, de zoon van Salatiël, met zijn broeders, de hand aan het werk, om het altaar van Israëls God te bouwen en er de brandoffers op te dragen, zoals dit voorgeschreven staat in de Wet van Moses, den man Gods.
Dutch 2007 (HTB)
Het altaar van de God van Israël werd herbouwd door Jesua, de zoon van Jozadak, en zijn broers, de priesters, en door Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, en zijn broers. Eindelijk kon het weer worden gebruikt om brandoffers te brengen zoals was voorgeschreven in de wet die Mozes van God had gekregen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De priester Jesua, de zoon van Jozadak, herbouwde met zijn broeders, de priesters, en met Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en diens broeders het altaar van de God van Israël, om daarop weer de brandoffers te brengen zoals ze zijn voorgeschreven in de Wet van de godsman Mozes.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Josua, de zoon van Jozadak, stond op met zijn broeders, de priesters, en Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, met zijn broeders, en zij bouwden het altaar van de GOD van Israël om daarop brandoffers te brengen, zoals dat geschreven staat in de Wet van Mozes, de man van GOD.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Het altaar van de God van Israël werd herbouwd door Jesua, de zoon van Jozadak, en zijn broers, de priesters, en door Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, en zijn broers. Eindelijk kon het weer worden gebruikt om brandoffers te brengen zoals was voorgeschreven in de wet die Mozes van God had gekregen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Jésua, de zoon van Józadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbábel, de zoon van Sealthiël, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israël, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Jesua, de zoon van Jozadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israel, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.