Galatians 2:9 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Dat zagen ze ook. Daarom zeiden Jakobus, Petrus en Johannes (de belangrijkste leiders van de gemeente van Jeruzalem) tegen mij dat ze het helemaal met me eens waren. Ze drukten mij en Barnabas de hand. En we spraken af, dat wíj naar de niet-Joodse volken zouden gaan, en zíj naar de Joden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En toen Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de mij gegeven genade erkenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand van gemeenschap, opdat wíj naar de heidenen en zíj naar de besnedenen zouden gaan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
– en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen, zij naar de besnedenen gaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
en toen ze de genade hadden erkend, die mij was geschonken, toen hebben Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren gelden, mij en Bárnabas de broederhand gereikt. Wij zouden dus tot de heidenen gaan, en zij tot de besnedenen;
Dutch 2007 (HTB)
Het was Jakobus, Petrus en Johannes (die een belangrijke plaats in de gemeente hadden) wel duidelijk dat God mij dit werk had gegeven. Zij beschouwden Barnabas en mij als hun gelijken en gaven ons hun rechterhand. Zij moedigden ons aan door te gaan met ons werk onder de andere volken; zelf zouden zij doorgaan met hun werk onder de Joden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En toen Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, de genade onderkenden die mij geschonken was, drukten ze mij en Barnabas de hand, ter instemming dat wij ons op de niet-Joodse volken zouden richten, en zij op de besnedenen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
en toen zij, dat wil zeggen Jakobus, Kefas en Johannes die als steun pilaren beschouwd werden, de genade erkenden die mij gegeven was, gaven zij mij en Bar-Nabas de rechterhand van gemeenschap, opdat wij onder de volken en zij onder de besnedenen werkzaam zouden zijn.
Dutch Frisian
en aus see de Jnod ertjant haude, dee mie jejäwt es, jeewe Joakopp en Kefas en Jehaun, dee aus Stendasch Ellteste, Väaschte aunjeseehne worde, mie en Barnabas de Rajchte Haunt de Jemeenschoft, doamet wie unja de Heide, oba see unja de *Beschniedinj gohne sulle;,
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren worden beschouwd, erkenden de genade die mij was geschonken, en ze gaven Barnabas en mij de rechterhand als teken van onze verbondenheid en onze overeenkomst dat wij ons op de niet-Joden zouden richten en zij op de besneden mensen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Het was Jakobus, Petrus en Johannes, de belangrijkste mensen in de gemeente, wel duidelijk dat God mij dit werk had gegeven. Zij beschouwden Barnabas en mij als hun broeders en waren het met ons eens: wij zouden naar de andere volken gaan en zij naar de Joden.
Dutch Reimer 2001
En aus Joakopp, en Peeta, en Jehaun, dee aunjeseene weare aus Stenda enne Jemeent, dee Jnod sage dee mie jejaeft wea, jeewe see mie en Barnabas de rajchte Haunt enn Jemeenschoft, daut wie sulle no dee Heide gone, oba see wudde no dee Beschnaedne gone;
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En als Jakobus, en Céfas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Bárnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;